Simpel gezegd: in de reguliere geneeskunde is er te weinig tijd en ruimte is om de mens als geheel te behandelen. 

Grondoorzaken van verminderd welzijn en aftakelende gezondheid worden door zowel sociaal geneeskundigen, huisartsen als medisch specialisten maar al te vaak genegeerd. Te veel gewauwel over specifieke diagnoses en daarop gerichte behandelingen. Vrijwel geen oog voor de mens hierachter. Ik miste het complete verhaal.

Waarom ik Ooit Begon

Dit is lang niet allemaal fraai. 

Toen ik als krap 18-jarige aan de geneeskunde studie begon, had ik weliswaar menselijke redenen om voor deze richting te kiezen. Anders was het een technische studie geworden, en daarin miste ik nou juist dat humane aspect. 

Maar. Het ging mij bij geneeskunde, voor een groot deel, om geld en status. Ja, zó afgezaagd.

Waarom het vervolgens chirurgie werd, is dan ook niet moeilijk voor te stellen. Het combineerde het technische plaatje perfect met deze totaal oppervlakkige zucht naar eer en roem. Algemeen chirurg wilde ik worden. Dat is traditioneel iemand die zo ongeveer overal iets vanaf weet, beslist wat er moet gebeuren, en dan ook nog zelf de oplossing uit kan voeren. Een vreselijk arrogante inslag.

Toen ik nog geen twee jaar bezig was met de opleiding tot algemeen chirurg, werd dat vak uitgefaseerd. Ik móest plotseling kiezen voor een specialisatie. Niet waarvoor ik aangenomen was of gesolliciteerd had. Maar goed. 

De keuze was makkelijk: de spijsverteringsorganen, met zoveel mogelijk kinderchirurgie. Want daar was het mij uiteindelijk allemaal om te doen.

Aan de oppervlakte ging het mij weliswaar om banale, wereldse zaken. Maar toen ik als co-assistent voor het eerst een doodzieke dreumes onderzocht viel het kwartje. De zorg voor kind en ouders was wat mij echt greep. Daar wilde ik meer van zien. Dit werd voor jarenlang mijn passie.

Waarom ik Stopte

Na ruim 3 jaar promotieonderzoek en bijna 9 jaar op de operatiekamers en afdelingen, realiseerde ik mij door en door dat ik niet meer de persoon was die destijds voor het vak gekozen had. Het vak paste niet meer bij mij. 

Ik wilde iets wezenlijk anders uit het leven. Iets waarbij ruimte is voor onze ziel en de zin van het leven. Geen flitsende carrière, maar iets doen wat écht zinvol is. Wat recht uit het hart komt.

Het proces van afscheid ging langzaam. Helemaal aan het begin van de opleiding tot chirurg had ik al twijfels, maar deze drukte ik systematisch de kop in. Pas toen ik (na jarenlang chirurgische opleiding en een jaar als chirurg in kinderziekenhuis Great Ormond Street Hospital) met sabbatical ging, kwam dit proces in een stroomversnelling.

Door weer ruimte te ervaren voor passies buiten het vak (de zee, de bergen, yoga, tekenen) kwam ik beter in contact met mijzelf. Jarenlang had ik mijn ziel en zaligheid aan de chirurgie gegeven. Als ik niet aan het werk was dan was ik mijzelf, lichamelijk en mentaal, aan het voorbereiden op de volgende werkdag. Het was langzaam aan steeds gekker geworden.

Ik kwam tot de conclusie dat ik mij bezig wilde houden met welzijn in de breedste zin van het woord. Niet alleen met die ontstoken blindedarm, die liesbreuk of die tumor. Ik hunkerde naar een vervullendere levensinvulling. Behandeling van mensen moest iets toevoegen voor de mens als geheel, en niet voornamelijk gericht zijn op een diagnose.  

Het is misschien schokkend om te beseffen dat veel artsen zo gehecht zijn aan welk specifiek orgaan buiten de pas loopt, in plaats van ons als mens als geheel. Tijd en geld zijn nou eenmaal schaarse goederen. Ook in de gezondheidszorg. 

Zorgsystemen zijn er daarom op gericht op het halen van doelen. En dat draait om aantallen. Geld. Hoeveel diagnoses. Hoeveel behandelingen.

Dit neemt niet weg dat de adequate behandeling van orgaan-specifieke aandoeningen een belangrijke rol speelt bij het behoud van gezondheid. Maar of de mens als geheel (in al haar facetten) daar blijvend op vooruit gaat is moeilijk te meten en niet goed in getallen uit te drukken. En is daarom minder geschikt als eindmaat in de reguliere geneeskunde. Voor effectieve behandeling is het bijna altijd noodzakelijk dat naast de specifieke aandoening ook andere aspecten meegewogen worden: de ziel en geestelijke, sociale en maatschappelijke factoren bijvoorbeeld.

Wat dan Wél?

Een holistische aanpak. Met tijd en ruimte voor onze problemen en belemmeringen in het licht van wie wij zijn, in welke omgeving we functioneren, wat we hebben meegemaakt, en wat ons beweegt.

Zo herinner ik mij die blik in de ogen van de moeder van het geobstipeerde kind dat ik behandelde in Hamburg. Ik probeerde met haar te bespreken hoeveel ongezonde en vezel-arme producten er in de supermarkt staan. Nog voordat we het over oplossingen konden hebben, realiseerde ik mij dat deze moeder hier helemaal geen ruimte voor had. Zij stond er niet open voor. Om ook maar een kans op echte verbetering te hebben was tijd nodig. En die hadden we niet. We stonden op de spoedeisende hulp, waar meestal tempo gedraaid moet worden.

Veel behandelingen binnen het gezondheidszorgsysteem moeten, door vrijwel universeel tijdgebrek gecombineerd met een vaak te gespecialiseerde blik, feitelijk afgeraffeld worden. 

Daarom ben ik nu blij dat ik een zo breed mogelijke benadering kan gebruiken, waarbij we genoeg tijd hebben om alle belangrijke onderwerpen en facetten écht te behandelen. Met ruimte voor geest, lichaam én ziel.