We weten grosso modo wel wat goed voor ons is. Maar het daadwerkelijk ook doen? Dat is een heel ander verhaal.
Hier volgt waarom gezond leven zo moeilijk is in de wereld die we gebouwd hebben. En hoe kleine, gemotiveerde stapjes een groot verschil kunnen maken.
Wie Wil er eigenlijk Leefstijl Adviezen
Laten we eerlijk zijn: tenzij we actief op zoek zijn naar tips over gezondheid en welzijn, zullen we dergelijk advies waarschijnlijk niet verwelkomen. De meeste mensen niet. En zelfs wanneer we het doen, is het volhouden lastig.
Waarom zouden we eigenlijk onze zelf gekozen leefstijl veranderen? We leven toch maar één keer? Liever een vol, kort leven geleid, dan een lang leven vol met boerenkool en compromissen.
Dat is een vrij gangbare manier van denken.
Anderen beleven er juist veel plezier aan om op zoek te zijn naar allerlei tips en tricks om een gezonder leven te leiden. Vaak zijn ze gemakkelijk te herkennen.
Toen ik als keuringsarts met brandweermannen werkte kwam ik regelmatig in de verleiding om ongevraagde leefstijl-adviezen te geven. Dan was vaak snel duidelijk of iemand daar voor open stond of niet. Meer dan eens kreeg ik de deksel op de neus. En terecht. Wie ben ik om te proberen te bepalen wat voor gezondheidskeuzes iemand maakt?
Waarom Leefstijl Belangrijk is (Zelfs als we Dit Niet Willen)
Het dingetje is: wetenschappelijk onderzoek liegt meestal niet.
Onze dagelijkse keuzes hebben een gigantische invloed hebben op hoe gezond we zijn, en blijven. Onze levensstijl heeft een veel grotere invloed op onze gezondheid dan onze genen, en ook dan de gezondheidszorg die we ontvangen.
Dit gaat lang niet alleen om kanker en hart- en vaatziekten.
Hoe we eten, bewegen en stress managen beïnvloedt ook onze mentale gezondheid: bijvoorbeeld in de vorm van depressie, angst en zelfs dementie. En natuurlijk onze algemene fitheid in het hier en nu.
Natuurlijk, op de korte termijn kan het prima voelen om dit allemaal te negeren. Elke dag biefstuk en milkshakes, chillen op de bank, en een drankje (of meer) om te ontspannen lijkt een luilekkerland. Hard werken, en genieten van het profijt.
Totdat we onherroepelijk de dag bereiken dat we ziek worden, vaak plotseling en onverwacht. Tegen die tijd is het veel moeilijker om de schade om te draaien. Geen veroordeling hier. Simpelweg de realiteit.
Zoals de 19-jarige jongeman die ik behandelde voor een gat in zijn darm. Hij had letterlijk z’n darm opgeblazen omdat hij weigerde om ook maar iets met vezels te eten. Wit brood. Geen groenten. En na deze ervaring? Geen interesse om ook maar iets te veranderen. Negentien.
Over Wat Voor Veranderingen gaat dit nu?
Goed nieuws: dit gaat niet om een totale herinrichting van ons leven.
We hebben het over kleine, simpele veranderingen die alles bij elkaar het verschil maken:
- Meer lichaamsbeweging
- Minder ultra-bewerkte voeding (en drankjes)
- Eten van meer hele, onbewerkte voeding
- Minder alcohol, roken
- Het managen van stress op een manier die werkt voor jou
Om zulke patronen te veranderen is niet makkelijk. Het vergt motivatie en wilskracht.
Onderzoek laat zien dat het gewoonlijk zo tussen de 1 en 3 maanden kost voordat een nieuwe gewoonte “normaal” voelt. Dat betekent dat het meestal een dag of 60 consistente inspanning vergt voordat het min of meer vanzelf begint te gaan.
De Echte Vijand? De Wereld om ons Heen
Dit is het grote probleem: onze moderne wereld maakt gezonde keuzes moeilijk.
- Liften zijn overal: veel succes met het vinden van trappen in een publiek gebouw.
- Parken zijn vaak een autorit ver weg.
- Voedsel bereikt onze voordeur met een paar simpele klikjes vanaf de bank.
- Voor elke taak is er wel een app of apparaat dat het voor ons kan doen.
Het is prettig. Maar tegelijkertijd ook dodelijk.
Wat betreft ons eten, is het verhaal hetzelfde. Supermarkten liggen vol met snel, goedkoop, sterk bewerkt voedsel. Gemakkelijk? Ja. Voedzaam? Het komt niet eens in de buurt. Veel is niet meer dan lege calorieën: gefabriceerd om (veel te) lekker te smaken en om ons op te vullen. Maar met weinig tot geen echte voedingswaarde.
En laten we stress niet vergeten.
We leven in een constante staat van financiële druk, productiviteit-eisen, en sociale vergelijking. De buurman met die glimmende auto, nog even en we willen er zelf ook één. Overal reclames. Grotere huizen, duurdere spullen, altijd meer. Het resultaat: meer werk, minder rust ➜ Meer stress.
Geen wonder dat het in deze wereld voelt alsof we vrijwel continu tegen de stroom inzwemmen wanneer we een poging doen om gezondere keuzes te maken.
Maar toch, zodra deze keuzes onderdeel geworden zijn van onze routine, ze een stuk makkelijker worden. En de voordelen treden verrassend snel op.
Wat te Doen
Het begint allemaal met motivatie.
Als je er nog niet bent, is dat helemaal okay. Maar zonder tenminste een beetje gedrevenheid om een verandering te maken, werkt eigenlijk niks.
En vergeet screenings of jaarlijkse gezondheid check-ups maar. Dat helpt niet. Gedegen onderzoeken zijn hier glashelder over. Waar het om gaat is wat we op dagelijkse basis doen. Daar kan geen screening tegenop.
Het is nooit te laat. Maar hoe eerder we beginnen, hoe effectiever.
Als je zo ver bent, begin klein. Kies een gewoonte uit. Blijf doorgaan tot het normaal voelt. En voeg dan iets anders toe. We hebben geen volledige transformatie nodig, maar gewoon (min of meer) consistente, doordachte keuzes.
Er zijn veel adviezen en handvaten op deze website om als gids te dienen. Zoek uit wat je aanspreekt. Experimenteer. Pas aan. Maak het je eigen.
Je kan dit.
Sportscholen zijn niet bepaald mijn favoriete plaats om te zijn. Toch stond ik, in een poging wat gezonder te leven, een tijdje geleden op precies zo’n plek.
Daar hoorde ik 2 mannen, begin 20, met elkaar praten. De ene vertelde de andere wat hij van een kennis had gehoord over anabole steroïden:
“It’s just too nice. Too nice.”
Dat klinkt verleidelijk. Erg verleidelijk ja.
Het lijkt misschien een ver van ons bed show. Maar de statistieken zijn duidelijk: 1 op de 15 tot 1 op de 20 mannen gaat er op een bepaald moment flink mee aan de haal. Velen raken er afhankelijk van.
Waarom? Grotere spieren. Meer kunnen trainen. Sterker worden. Aantrekkelijker.
Een Herinnering uit de Trein
Op de terugweg vanuit Engeland zat ik eens in de train naast een moeilijk grote gozer. Het was duidelijk wie de armsteun zou bezitten lang voordat we de Chunnel inreden.
Aan het eind van de rit begon hij te praten om zich te verontschuldigen voor zijn houding. Geen probleem. Ik paste immers veel makkelijker in de stoel dan hij. We raakten aan de praat.
Hij vertelde over de onweerstaanbare aantrekkingskracht op veel vrouwen die zijn met anabole steroïden opgepompte spieren uitoefenden. De aandacht, de macht, het image. Voor veel relatief jonge mannen, is de verleidende werking van anabole steroïden te sterk om te weerstaan.
De Keerzijde van de Medaille
Goede, lange-termijn experimenten met anabole steroïden zijn erg moeilijk uit te voeren. Ethiek, kosten, en risico voor deelnemers maken gerandomiseerde klinische experimenten bijna onmogelijk. Daarom is het gros van het bestaande onderzoek observationeel en vaak gebaseerd op kleine groepen onderzochten.
Dit betekent: niemand kan met zekerheid zeggen hoe en wat de risico’s zijn.
Toch is de richting van de gegevens opvallend consistent.
Lange-termijn gebruik van anabole steroïden gaat gepaard met ernstige ziektes. Zowel lichamelijk als psychiatrisch. En met meer sterfte.
De meest verontrustende fysieke effecten omvatten hartaanvallen en cognitieve achteruitgang (dementie). Acne, hoewel vervelend, is wel het minste probleem.
Hm.
Wat te Doen
Je weet zelf wat je moet doen. Nu ben je ook op de hoogte van sommige van de belangrijkste risico’s.
Ademhaling als Gids
In de acute geneeskunde is niet de pols, maar de snelheid en de diepte van de ademhaling vaak leidend. En dat is geen toeval. De kracht van de ademhaling is enorm. De longen spelen net zo’n vitale rol als het hart.
Persoonlijk Verhaal: Genept
Als redelijk onervaren arts werd ik in de nacht eens bij een patiënte geroepen die na een operatie niet meer ademde. Ik snelde naar haar toe en vond inderdaad een persoon die totaal geen ademhaling had.
Gealarmeerd belden we de dienstdoende voor reanimaties. Totdat even later de patiënte weer vanzelf begon te ademen. Overleg met haar behandelaar, een plastisch chirurg, bracht aan het licht dat het voor hem geen verrassing was dat zij zo gehandeld had: “Een forse retro-orbitale component”, vakjargon voor bepaald niet fris onder de pet. De patiënte had met opzet haar adem ingehouden, en natuurlijk, kan niemand dat lang volhouden.
Kinderlijk eenvoudig bleek ik genept te zijn.
Kruispunt (Onder)bewuste
De ademhaling leeft op het kruispunt van het bewuste en onbewuste. We kunnen ervoor kiezen om te ademen, maar het gebeurt ook zonder dat we er over nadenken.
Wanneer we diep en kalm ademen, raken we ontspannener. Dit helpt ons om te relaxen en in slaap te vallen. Anderzijds, wanneer we boos of angstig zijn, wordt onze ademhaling oppervlakkig en onregelmatig. Dit gaat automatisch.
En dit werkt beide kanten op.
Dit betekent dat bewust ademenen niet alleen onze emoties en cognitie beïnvloedt, maar emoties en stress hebben ook een effect op hoe we ademenen, onbewust.
Zo is hoe we bewust ademhalen niet alleen van invloed op ons stress niveau, onze cognitie en onze emoties. Hoe we ons voelen en hoe gestresst we zijn beïnvloedt via het onbewuste net zo goed hoe we ademhalen.
De kracht van vrijwillig ademhaling op ons lichaam is zo groot dat we er onze immuunsysteem mee kunnen moduleren. Wim Hof, ook wel bekend als The Iceman vanwege zijn bijna ongelooflijke prestaties in extreme kou, demonstreerde hoe intentionele hyperventilatie stress hormonen kon verhogen en de immuunrespons op schadelijke toxines dempen. Opmerkelijk genoeg, zijn deze effecten wetenschappelijk gerepliceerd. En zelfs geleerd aan anderen.
De methode trok wereldwijde aandacht.
Een Simpele Ademhalingsoefening
Hier is een techniek die haar oorsprong kent in duizenden jaren oude wijsheid: wisselende neusgat ademhaling. Dit is populair gemaakt door publieke figuren zoals Hillary Clinton:
1. Sluit een neusgat met je duim.
2. Haal diep en langzaam in door het open neusgat, adem vervolgens op dezelfde manier uit.
3. Wissel van neusgaten, de andere sluitend met je ringvinger.
4. Adem in en uit, langzaam, door die kant.
Dit is één cyclus.
Herhaal dit voor 10 tot 20 cycli, pauzeer dan om te observeren hoe je je voelt. Kalmer? Indien nodig, herhaal.
We kunnen dit gedurende de dag gebruiken om kalmer te worden, of ’s nachts om rustig in slaap te vallen.
Een Nog Simpelere Slaap Truck
Soms, wanneer ik wakker wordt midden in de nacht, gebruik ik een nog simpelere ademhaling techniek om weer in slaap te komen.
- Neem simpelweg vijf diepe, langzame ademhalingen, in en out.
Zo nodig, herhaal dit. Vaker dan niet helpt het.
Wat te Doen
We kunnen allemaal de ademhaling-oefeningen direct hierboven gebruik om te ontspannen, om onze emoties te beheersen, en om (terug) in slaap te vallen.
Is je opgevallen dat steeds maar meer mensen tegenwoordig auto-immuun ziektes lijken te hebben? Misschien heb je gehoord van aandoeningen zoals reumatoïde artritis, de ziekte van Crohn, of psoriasis. Hier valt het lichaam’s immuunsysteem bij wijze van fout de eigen cellen aan. Het is een groeiende trend, en hoewel we nog niet alle antwoorden hebben, zijn wetenschappers de losse eindjes met elkaar aan het verbinden.
Verrassend genoeg, ziet het er naar uit dat de manier waarop we tegenwoordig leven (onze diëten, onze stressniveau’s, zelfs hoeveel zonlicht we krijgen) een doorslaggevende rol zou kunnen spelen.
Het goede nieuws is dar er een paar simpele dingen zijn die we kunnen doen die mogelijk helpen.
Onze Immuunsystemen Leven Nog in de Middeleeuwen
Onderzoekers hebben recent ontdekt dat een genetisch kenmerk dat mensen de Zwarte Dood (juist, de pest) liet overleven, ons nu gevoeliger maakt voor auto-immuun ziektes. Vooral waar het de darm aangaat.
Het is een herinnering dat evolutie met name een wisselwerking is. Vroeger, hadden we een immuunsysteem nodig dat klaar was om nucleair te gaan tegen indringende bacteriën. Maar vandaag de dag? Datzelfde hyper-alerte immuunsysteem is in staat om ons eigen lichaam bij wijze van fout aan te vallen.
Er zijn een hoop van deze ziektes: vrijwel elk orgaan kent haar eigen auto-immuun versie.
Dus… kunnen we er Iets aan Doen?
Eigenlijk, ja. Meer en meer studies laten zien dat hoe we leven (wat we eten, hoe we bewegen, hoe we met stress omgaan) het verschil kan maken.
In Nederland, verrichten onderzoekers een studie met mensen die reumatoïde arthritis hebben. Zij volgden een paar maanden een gezondere leefstijl, en hun symptomen verbeterden. Niks bijzonders: gewoon meer lichamelijke activiteit, minder stress, en een dieet gefocust op plant-gebaseerde, onbewerkte voeding. Het werkte.
Vitamine D?
Nog een simpel ding dat veelbelovende resultaten heeft laten zien? Vitamine D.
Eén studie vond dat mensen die 2,000 internationale eenheden per dag (ruim 2x zoveel dan de normaal gesproken aanbevolen dagelijkse hoeveelheid) vitamine D namen, een lagere kans hadden om auto-immuun ziektes te ontwikkelen. De dosering is ver beneden wat als gevaarlijk beschouwd wordt, zonder bekende bijwerkingen.
In andere woorden: het is een makkelijk, veilig iets om te proberen. Ik stimuleer naasten met auto-immuun problematiek om het te proberen: neem het maar eens een jaar lang, en kijk wat er gebeurt.
Andere Potentiële Natuurlijke Helpers
Sommige andere studies wijzen op gunstige effecten van dingen zoals omega-3 vetten (uit vis of lijnzaad) en kurkuma (uit geelwortel). De studies laten wisselende resultaten zien, maar sommige trials suggereren dat deze middelen kunnen helpen om symptomen te bestrijden. Vooral bij ziektes zoals reumatoïde arthritis en colitis ulcerosa. Geen genezing, maar mogelijk een steun in de rug.
Wat te Doen
Auto-immuun ziektes zijn complex, en we hebben nog niet alle antwoorden. Maar pril onderzoek laat duidelijk zien: levensstijl veranderingen, vooral rondom dieet, stress, en vitamine D, zouden wel degelijk kunnen helpen om de ontwikkeling van auto-immuun ziektes te voorkomen of de problematiek te beheersen.
En dat is goed nieuws. Want zelfs ondanks dat we onze genen niet kunnen veranderen, kunnen we wel degelijk veranderen hoe we leven.
De dag na een bezorgde maaltijd heb ik vaak extra dorst. Water, water. Het zal geen verrassing zijn dat die dorst door de enorme hoeveelheden zout komt die restaurants standaard aan het eten toevoegen. Zout–bommen.
Maar is dit nou erg?
De wetenschap is nog niet helemaal gesetteld. Verschillende standpunten worden nog bevochten worden. Toch zijn er goede redenen, zowel historisch als medisch, om voorzichtig te zijn omtrent onze huidige inname van zout.
Een paar dingen zijn duidelijk:
Hogere Bloeddruk
Wanneer we een te hoge bloeddruk hebben (en dat geldt voor bijna één-derde van de volwassen bevolking), is het verminderen van de zout-inname waarschijnlijk een goed idee. Zeker wanneer die bloeddruk moeilijk onder controle te krijgen blijkt met medicijnen en andere leefstijl-aanpassingen.
Ook zonder officiële diagnose van hoge bloeddruk, is het verlagen van de bloeddruk over het algemeen een goed idee voor lichamelijke gezondheid inclusief het risico op hart- en vaatziekten.
Hoewel de meetbare verbetering van de bloeddruk klein zouden kunnen lijken (in de orde van grootte van een paar millimeters kwikdruk), vertalen deze veranderingen zich, op populatie niveau, in significante gezondheid voordelen.
Het verminderen van zoutinname is weliswaar geen wondermiddel, maar wel een strategisch element als onderdeel van een bredere aanpak richting welzijn.
Bewerkt en Restaurant Eten
Verreweg het meeste zout dat wij als Westerlingen binnenkrijgen komt uit de keuken (of beter: fabriekshal) van voedselproducenten en restaurants. Wel 75 tot 80%.
Bij de productie van hyperbewerkt voedsel worden dubieuze smaakjes verdoezeld met (veel) zout, wat ook helpt om de groei van micro-organismen tegen te gaan. Handig voor de producent. Goedkoop en smakelijk voor ons. Maar alles bij elkaar misschien toch niet zo handig, met al dat bloeddruk-verhogende zout.
Voorgemaakte maaltijden, potjes, sauzen en spreads uit supermarkten en restaurants zitten in de regel stampvol zout.
Restaurant-eten is wat dit betreft berucht. Veel zout. Heel veel zout. De “zoutbom” die ontploft wanneer we onze maaltijd proeven is een bekende tactiek in de culinaire wereld.
Door te begrijpen waar het meeste van ons zout vandaan komt, kunnen we beginnen om slimmere keuzes te maken over wat we eten. Belangrijker nog: we gaan inzien hoe we onze maaltijden klaar kunnen maken.
Waarom we zoveel Zout Eten
Wie houdt er niet van een snufje zout op het eten?
Als klein kind vond ik de korreltjes uit de zoutmolen zo lekker dat ik er de aandacht van mijn broer mee ving. Hij daagde me uit. Of ik liever een bord zout of een pannenkoek zou eten.
Pannenkoeken koos ik in die jonge jaren keer op keer als verjaardagsgerecht. Maar nu mijn broer me aan het testen was, zette ik in op het bord zout. Die kleine zoutkorreltjes smaakten immers zo lekker.
Even later kreeg ik het bord met een schep zout erop voorgeschoteld. Na een paar smakelijke korreltjes was ik er snel klaar mee. Bah. Toch maar weer die pannenkoek de volgende keer. En mijn broer lachen natuurlijk.
Dat we zout lekker vinden is niet zo raar. We kunnen immers niet zonder. Dan stoppen essentiële lichaamsprocessen en gaan we dood.
Historisch gezien was zout een schat, vaak schaars en kostbaar, wat onze voorouders ertoe dreef om elke korrel te koesteren. Wij, als mensen, evolueerden op deze zout-arme omstandigheden. Wie niet van zout hield, had het in evolutionaire termen simpelweg niet overleefd.
Nu is zout overal vrijelijk verkrijgbaar in onze supermarkten, maar ook in onze restaurant happen. Maar onze voorliefde voor zout is niet verdwenen. Sterker nog, onze smaakpapillen zijn eraan gewend geraakt door de grote hoeveelheden zout die voedselproducenten routinematig aan ons eten toevoegen.
De overvloed aan zout in onze diëten is geen toeval. Integendeel, het is vast verweven in de manier waarop modern voedsel gemaakt wordt. Voedselfabrikanten en restaurants voegen zout toe om smaken te versterken, houdbaarheid te verlengen, en om minder gewilde ingrediënten te maskeren.
Gelukkig is gewenning aan minder zout ook binnen een paar weken gepiept. Na een korte periode zoutontwenning smaakt zoutarmer eten ook weer helemaal okay.
De Controverse, of toch Niet?
Onderzoeken over wat zout met de algehele populatie doet spreken elkaar tegen. Sommige studies brengen cijfers naar voren waaruit zou blijken dat meer zout dan normaal slecht voor je is. Andere onderzoeken laten geen verschillen zien, of zelfs dat minder zout slecht voor ons is via het aanjagen van stresshormonen, cholesterol en het hartritme.
Wat nu de overkoepelende waarheid voor de algemene populatie is, blijft voorlopig de vraag.
Of toch niet?
De Wereldgezondheidsorganisatie en veel nationale overheden hebben het verminderen van zout tot speerpunt gemaakt. Ik denk dat hier een belangrijke kern van waarheid in zit.
Het is namelijk niet ondenkbaar dat de controverse voor een belangrijk deel gevoed wordt door verwarrende onderzoeksresultaten die nadelen van zout-reductie onevenredig sterk aan het licht zouden brengen.
De zout-industrie (net als de suiker– en tabak-industrie) is machtig en financiert veel onderzoek, wat verwarrende onderzoeksresultaten in elk geval deels zou kunnen verklaren.
Een voorbeeld is een studie in JAMA (Journal of the American Association of Medicine) uit 2011 waarin zij die lage hoeveelheden zout consumeerden een lager risico op hart- en vaatproblemen en sterfte hadden. Deze studie werd uitgebreid in de schijnwerpers gezet door het Amerikaanse Zout Instituut, en door anderen met een belang in geen zout-regulatie. Maar het onderzoek leed onder ernstige gebreken waardoor andere verklaringen van de resultaten aannemelijk werden.
Als je het mij vraagt is het duidelijk: we consumeren veel meer zout dan onze voorouders deden. Dit is schadelijk via een stijging van de bloeddruk, de wereldwijde nummer 1 risicofactor voor ziekte. Door onze zoutconsumptie te minderen, blijven we gezonder en leven we langer.
Heel, Onbewerkt Voedsel
Dat we, ook zonder hoge bloeddruk, goed varen bij meer consumptie van hele, onbewerkte voedselproducten staat buiten kijf.
Het inwisselen van bewerkte voeding door verse ingrediënten vermindert niet alleen zout maar verhoogt ook de complete voedingswaarde van onze maaltijden.
De hyperbewerkte producten zijn de sausjes, spreads, koekjes, diepvries-pizza’s, bakken ijs, chips, en verder alles met een flinke lijst ingrediënten waarvan er minstens één onbekend voorkomt. In hyperbewerkte voeding zit niet alleen heel veel zout. Het mist ook heel veel belangrijke stofjes die we wel in hele, onbewerkte producten tegenkomen. De voedingswaarde van hyperbewerkte voeding is dan ook erg laag. Dit maakt de keuze voor meer onbewerkt en heel eten, onafhankelijk van het zout, verstandig.
Onbewerkt betekent wel meer zelf klaarmaken. Snijden, koken, recepten. Lang niet iedereen zit daarop te wachten, en velen hebben er de tijd niet voor in hun drukke schema. Mocht je gemotiveerd zijn, dan is mijn ongevraagde advies: begin in elk geval met een goed, scherp mes, als je die nog niet hebt. Dat maakt het zo veel leuker (en ja, iets gevaarlijker).
Tijdens de opleiding tot chirurg is het gebruikelijke cadeau van collega’s een goed, scherp koksmes. Zo kreeg ik mijn eerste echte messen. Ondertussen zou ik niet meer weten hoe ik me in de keuken zou moeten redden zonder een vlijmscherp, flink mes. Dit neemt niet weg: voorgesneden groenten en fruit van de supermarkt zijn natuurlijk ook prima.
Wie zelf een pasta-saus of soepje in elkaar flanst krijgt veel minder zout binnen dan wanneer de pastasaus of soep uit een blik in de supermarkt komt. Zelfs als we zelf zout naar smaak toe in de keuken toevoegen. Hier kunnen we niet omheen.
Strategieën voor Minder Zout
- Meer hele, onbewerkte voeding.
- Minder voorgemaakt en hyperbewerkt voedsel.
- Gebruik van meer kruiden en specerijen als smaakmakers in plaats van zout.
- Smaak toevoegen door smaakversterkers als MSG en gist-extract.
- Beperken van toevoegen van zout aan het eigen eten tot aan de eettafel.
- Het lezen van etiketten en zoeken naar “zout” of “sodium”. Zes gram zout oftewel 2,5 gram sodium per dag is ruim voldoende.
De voorkeur voor zout eten kan diep ingesleten zijn. Zout-arm is daarom voor velen een uitdaging. Dit kan weken lang wennen zijn, en voor sommigen lijkt het nooit normaal te worden.
Een simpele truck draait om het toevoegen van smaak zonder zout. Een voorbeeld is om onze eigen pasta saus te maken door eenvoudigweg wat ui en knoflook in olijfolie klaar te maken (gemiddelde hitte). Vervolgens toevoegen van tomaten (vers, of uit een blik of pakje) en groenten naar smaak. Laten pruttelen. In plaats daarvan voegen we smaak toe door favoriete kruiden toe te voegen (gedroogde peterselie, basilicum, oregano, thijm en/of rozemarijn, of een voorgemaakte mix). Proeven. Voeg misschien extra kruiden toe, en vergeet de peper niet. Wacht met bijzouten tot we aan tafel zitten.
Op deze manier zullen we zien dat we aan de eettafel helemaal niet zoveel meer nodig hebben. En we zullen onszelf in elk geval een hoop zout bespaard hebben in vergelijking met een voorgemaakte saus uit een blik of pakje.
Als we bereid zijn om etiketten te lezen, weet dan dat 6 gram zout het (al hoge) gemiddelde qua dagelijkse inname betreft. We zullen opmerken dat veel, heel veel, producten uit de supermarkt flinke hoeveelheden zout bevatten. Ja, de supermarkt is een gevaarlijke jungle.
Zelf Zout Toevoegen met Koken
Over zelf wat zout aan de eettafel of in de keuken toevoegen hoeven we niet moeilijk te doen, wanneer we meer van ons voedsel uit hele, onbewerkte voeding gaan halen. De winst die we boeken door minder zout-rijke, hyperbewerkte producten te eten is zo groot, en de rol van zout dat we zelf toevoegen zo klein, dat die paar korreltjes tussen onze vingers het verschil niet gaan maken.
Gekleurde Zout Varianten uit alle Windstreken
Tegenwoordig vinden we in winkels allerlei exotische en minder exotische soorten natuurzout. Himalaya roze, Perzisch blauw, Keltisch zeezout. De één bevat meer magnesium, de ander meer ijzer.
Wat kopen we hiermee?
Waarschijnlijk heeft het weinig of geen zin om dit soort spullen te kopen. In een normaal dieet zitten de geadverteerde elementen al ruim voldoende. En het blijkt dat in deze vaak duur-verkochte natuurzouten bijvoorbeeld nog wel eens stoffen zoals aluminium voorkomen. Aluminium kunnen we niet gebruiken, en is mogelijk schadelijk.
Veel van de als voedzaam beschouwde elementen waar de zoutsoorten met interessante namen van doorspekt zijn, zijn ook getest als supplementen. Daar komt keer op keer uit dat toevoeging van deze elementen als supplement onze gezondheid niet ten goede komt. Met een normaal dieet krijgen we die elementen ook op andere manieren binnen.
Kortom, normaal keukenzout lijkt een prima optie te zijn. Met mate dan. En die dure, ingewikkelde varianten kunnen we laten staan.
Wat te Doen
Terwijl debatten rondom de wetenschap van zout doorgaan, blijft één ding glashelder: voor de meesten onder ons is het verminderen van zout een positieve stap richting een betere gezondheid. Zelfs al zijn de voordelen qua hart- en vaatziekten voor de algehele populatie nog onderwerp van discussie: de consumptie van meer hele, onbewerkte voedselproducten met minimalisatie van hyperbewerkt en voorbereid voedsel is een win-win strategie voor het opvijzelen van het algehele welzijn. Deze strategie gaat als vanzelf gepaard met minder zout-consumptie.
Mindfulness, yoga, meditatie: woorden die bijna onontkoombaar geworden zijn. Voor sommigen betekenen ze een weg naar vrede en zingeving. Voor anderen zijn het modekreten die scepsis of zelfs irritatie oproepen.
Gedurende de laatste decade zijn we overspoeld met beelden van serene individuen in de kleermakerszit bij gedimd licht, hun ogen gesloten in gelukzalige stilte. Deze praktijken, zo wordt ons verteld, zijn goed voor stress, depressie, pijn, productiviteit. Zelfs voor onze bloeddruk.
Wat is nu waar?
De Hype en de Realiteit
Ondanks hun spirituele wortels, zijn mindfulness, yoga en meditatie commerciële waren geworden. Ze worden vaak verkocht als leefstijl verbeteringen: een beter lichaam, een kalmere geest, een hack voor ons zenuwstelsel. Helaas is het onderzoek erachter vaak tegenvallend qua kwaliteit: kleine onderzochte groepen, gemengde resultaten, en laag vertrouwen in de uitkomsten.
Toch, zijn sommige dingen duidelijker aan het worden.
En misschien het meest essentiële, hoewel het moeilijkste om te meten, is dat deze praktijken ons terug zouden kunnen wijzen naar iets dat we vergeten zijn hoe te doen: werkelijk het leven ervaren zoals het zich ontvouwt, precies in het hier in nu. Zelfs als het leven niet altijd makkelijk is, zelfs als het een puinhoop of pijnlijk is. Misschien zelfs juist dan.
Omdat we constant verwikkeld zijn in spijt over het verleden or angst over de toekomst, missen we het enige moment dat eigenlijk echt is: dit ene.
Wat Betekenen Deze Termen Werkelijk?
Laten we beginnen om wat termen te verduidelijken.
Mindfulness
De moderne mindfulness beweging is grotendeels toegeschreven aan Jon Kabat-Zinn, die het definieert als “aandacht schenken op een bepaalde manier: met opzet, in het huidige moment, en zonder te oordelen.” Hij merkt op dat de Chinese vertaling van mindfulness, “aanwezigheid van het hart”, de essentie op een prachtige manier omvat.
In het kort: aandacht. Hier. Nu.
En daarmee komt de geest tot rust.
Meditatie
Meditatie neemt vele vormen aan maar heeft vaak overlap met mindfulness. Of het nu gaat om gefocuste ademhaling, visualisatie, mantra herhaling, of stille observatie, meditatie gaat om het cultiveren van bewustzijn en aanwezigheid. In sommige tradities is het ultieme doel niets minder dan spirituele unie: nirvana. Oftewel het oplossen van onze diepste essentie, de ziel, in het universum.
Yoga
Yoga vond haar oorsprong in het oude India, en het woord zelf betekent unie: de integratie van het individuele en kosmische bewustzijn. Tegenwoordig is yoga vooral bekend vanwege de fysieke aspecten: stretchen, aansterken, en flexibiliteit. Terwijl dat zeker niet inherent slecht is, verduistert het vaak yoga’s diepere doel: het voorbereiden van lichaam en geest voor meditatie.
In dat licht, kan moderne yoga gezien worden als een doorgang. Yoga helpt ons gezond en soepel genoeg te worden om comfortabel in stilte te kunnen zitten.
Wat de Wetenschap ons Vertelt, en Wat Niet
Onderzoek naar mindfulness, yoga en meditatie laat een complex plaatje zien. Sommige studies suggereren betekenisvolle voordelen. Andere laten een neutraal of zelfs negatieve effecten zien. Hier is een breed overzicht van wat we tot nu toe weten:
➜ Voordelen (Gebaseerd op Laag-tot-Redelijk Vertrouwen Bewijs)
- Stress Vermindering: Verschillende studies suggereren middelmatige verbetering van stress, spanning en angst.
- Mentaal Welzijn: Enig bewijs ondersteunt voordelen voor depressie, vitaliteit, emotionele reactiviteit en algemeen welzijn.
- Bloeddruk: Kleine verbeteringen van de bloeddruk (~2–3 mmHg) zijn geobserveerd, hoewel de effecten met de tijd verminderen.
- Binge Eten: Gemengde resultaten; mogelijk behulpzaam op de korte termijn.
➜ Potentiële Risico’s
- Verergering van Pijn of Angst: Het bereikte verbeterde bewustzijn kan negatieve sensaties en emoties voor sommigen versterken.
- Ongunstige Bijwerkingen: ~8% van participanten in sommige studies rapporteerden bijwerkingen, inclusief angst, depressie en dissociatie.
➜ Inconclusieve of Tegenstrijdige Bevindingen
- Verslaving: Geen consistent bewijs van voordelen bij verslaving.
- Lange Termijn Effecten: Voordelen vervagen vaak wanneer de beoefening niet volgehouden wordt.
De overkoepelende boodschap? Deze praktijken kunnen helpen, maar het zijn geen wondermiddelen. De impact is vaak bescheiden en hangt af van consistentie, context, en individuele gereedheid.
Meer Voelen (Niet altijd Comfortabeler)
De vreemde paradox is dat het intunen in het huidige moment vaak het levendiger voelen van ongemak betekent. Dat is niet per se iets slechts. Voor velen is het een manier om te stoppen met vluchten. Weg van pijn, rouw, van oude verhalen. De stilte geeft de ruimte voor die emoties om naar de oppervlakte te komen.
En in die stilte, kan ook iets anders oprijzen: helderheid. Kalmte. Vrede.
Dat betekent niet dat het makkelijk is. Zeker niet in het begin.
Beginnen is Moeilijk (en Dat is Normaal)
Voor mij verliep de weg naar mindfulness en yoga alles behalve gladjes. Ik begon en stopte ermee, meerdere keren. Een enkel yoga lesje gevolgd door 6 maanden niks. Een meditatie sessie, vervolgens radio stilte voor een jaar. De spanning en rusteloosheid die naar boven kwamen beangstigden me. De inspanning voelde enorm.
Maar iets bleef me terugroepen.
Uiteindelijk, deed een 3-daagse ademhalingscursus het tij keren. Van daar af aan, begon ik een regelmatige (hoewel imperfecte) praktijk op te bouwen. Langzamerhand begon er iets te verschuiven.
Anderen kunnen een makkelijkere start hebben. Misschien helpt een app, of een online cursus. Misschien een lokale yoga leraar of meditatie groep. Of het nu gegidst is via een scherm of onderwezen in persoon doet er minder toe dan de bereidheid om te beginnen. De sleutel is om te starten. Zonder oordeel, zonder haast.
Wat Krijgen we er nou voor Terug?
Mindfulness, meditatie en yoga zijn geen geneeswijzen. Het zijn geen onmiddellijke paden naar verlichting, geen gegarandeerde antidota tegen depressie of angst. Maar voor veel mensen bieden ze wel iets belangrijks: een pauze. Een ademhaling. Een manier om opnieuw te verbinden met het leven zoals het echt is. We gaan meer voelen. En daar heeft het bij depressie en angst juist zo vaak aan geschort. Niet altijd leuk. Wel echt.
Wat te Doen
Het maakt niet uit hoe we beginnen, of hoe vaak we struikelen, waar het om gaat is onze bereidheid om onszelf tegen te komen waar we echt zijn. Als je nieuwsgierig bent naar mindfulness, yoga of meditatie, probeer het. Verwacht moeilijkheid. Verwacht weerstand. Maar verwacht ook de mogelijkheid van perfecte tegenwoordigheid, hoe vluchtig ook.
Precies hier. Precies nu.
En dat is een prima plek om te zijn.
“Wetenschap is het geloof in het gebrek aan kennis van experts”, Richard Feynman, Nobelprijswinnaar (vertaald uit het Engels).
Toen ik als pas afgestudeerde arts begon met promotieonderzoek in de Verenigde Staten was mijn vertrouwen in wetenschappelijke kennis nog rotsvast. Ik geloofde dat zo ongeveer alles wat gepubliceerd was in een collegiaal-getoetst tijdschrift de tand der kennis had doorstaan en daarmee als in steen gehouwen was.
Dit vertrouwen brokkelde snel af.
Het onderzoeksgebied waar ik in eerste instantie in terecht kwam (embryonaal stamcelonderzoek) werd voor een belangrijk deel gedomineerd door wetenschappers uit Korea. Een paar gezaghebbende publicaties in één van de allerbelangrijkste wetenschappelijke tijdschriften was uitgegeven onder de naam van een lokale dierenarts en zijn collega’s. Kort na mijn aankomst in mijn laboratorium viel hij door de mand. Het bleek één grote leugen te zijn. Alles.
Mijn Aziatische laboratorium-collega’s, uit hetzelfde land, waren in alle staten. Zij waren betrokken bij soortgelijk onderzoek en zagen hun hoop, vertrouwen en professionele identiteit bijna van de ene op de andere dag instorten.
Mijn scepsis tegenover wetenschappelijke publicaties en bevindingen groeide. Niet door theorie, maar door ervaring. Steeds weer bleek dat onderzoek waarin ik ooit had vertrouwd, gebrekkig, misleidend of zelfs volledig gelogen was.
De afgelopen jaren heeft een gestage stroom studies aangetoond hoe vaak de wetenschap tekortschiet ten opzichte van haar idealen. Vaak is de misleiding niet het resultaat van opzettelijke fraude, maar van onbewuste keuzes, systemische druk en diepgewortelde vooroordelen.
Voorbeelden van Onvolmaakte Wetenschap
Hierboven beschrijf ik een voorbeeld van een aperte leugen. Gelukkig is dit zeldzaam in de wetenschap. Maar meer subtiele en systemische problemen in wetenschappelijk onderzoek komen verontrustend vaak voor. Enkele voorbeelden:
- Financiële belangenconflicten. Deze komen steeds vaker voor. Tal van industrieën proberen actief ongemakkelijke wetenschappelijke bevindingen tegen te gaan door hun eigen bevooroordeelde onderzoek te financieren. Dit ondermijnt het vertrouwen en maakt het interpreteren van wetenschappelijke literatuur een stuk moeilijker. Hoewel vermelding van belangenconflicten verondersteld wordt, ontbreekt het in de praktijk vaak aan transparantie.
- Kleine, geïsoleerde studies. Vooral wanneer een enkele onderzoeksgroep dit uitvoert, leveren kleine studies vaak onbetrouwbare resultaten op. Uit gericht onderzoek is duidelijk naar voren gekomen dat dergelijke studies vaak onbetrouwbare resultaten laten zien.
- Vooringenomenheid in onderzoek. Vooringenomenheid, vaak onbewust, kan de manier waarop resultaten worden geïnterpreteerd en gepresenteerd aanzienlijk vertekenen. Onze verwachtingen, waarden en zelfs onderbewuste voorkeuren kunnen uitkomsten verstoren zonder dat we het beseffen. Niets menselijks is de wetenschapper vreemd.
- Dieronderzoek en Menselijke Toepasbaarheid. Dat bevindingen uit dierenonderzoek lang niet altijd toepasbaar zijn op mensen zal geen verrassing zijn. De redenen hiervoor zijn gedeeltelijk echter wel opzienbarend. Zo blijken de onderzoeksmethoden van dier-wetenschappers maar al te vaak aanzienlijke tekortkomingen te omvatten, zoals een slecht ontwerp van de studie, gebrek aan reproduceerbaarheid, en aanzienlijke rapportage-biases.
Wat te Doen?
Het is duidelijk dat bij de interpretatie van veel onderzoeksgegevens een gezonde dosis scepsis onontbeerlijk is. Dit maakt het lastig om veel nieuwsberichten en social media-berichten, die in de regel gebaseerd zijn op één of een paar onderzoeken, op waarde te schatten.
Voor een gewogen en betrouwbaar commentaar op wetenschappelijke studies is een flinke dosis kennis van zaken nodig. Of de gedane uitspraken hout snijden is voor een belangrijk deel afhankelijk van de kennis, inzet, (onbewuste) vooringenomenheid en eventuele belangenverstrengeling van de auteur.
Kortom: lezers moeten voorzichtig zijn. De wetenschap biedt nog steeds enorme waarde, maar veel ervan blijft onzeker, betwistbaar of gewoonweg gebrekkig. Bewustwording van deze complexiteit is de eerste stap naar het herstellen van de integriteit en bruikbaarheid van onderzoek in ons dagelijks leven.
Sommige extreme voorbeelden brengen het normaal van de mens in twijfel.
Neem bijvoorbeeld het verhaal van een Franse ambtenaar die een doodgewoon leven leidde. Hij was getrouwd, met twee kinderen, en werkzaam in de publieke sector. Zijn IQ werd gemeten op 76. Maar wat de medische wereld verblufte, was de ontdekking dat meer dan 90% van zijn hersenweefsel ontbrak. Hij had, zonder zich hier bewust van te zijn, zijn leven geleid met een ernstige vorm van waterhoofd. De schedelholte was voornamelijk gevuld met vloeistof. Op de één of andere manier functioneerde hij. Niemand had ook maar iets vermoed.
Een ander, zeldzaam en bijzonder, voorbeeld is dat van een Indiase yogi, die het presteerde om de aansturing van zijn hart vanuit het brein gedurende meer dan 10 seconden volledig te onderbreken. Op commando. Een sterk staaltje.
Tot dat moment werd aangenomen dat het hartritme volledig automatisch en onwillekeurig werd geregeld. Die overtuiging werd in één klap omvergeworpen.
Een compleet verschillende fabel die ontmanteld is door de wetenschap betreft dat volwassen brein-cellen zich niet kunnen vernieuwen. We zouden moeten leven met de hersencellen die we als kind (en daarvoor) kregen, voor de rest van ons leven. Experimenten hebben duidelijk laten zien dat hersencellen zich gedurende het hele leven kunnen vernieuwen.
Wat moeten we doen met dit soort informatie?
Misschien niets.
Maar het werpt zeker een lange schaduw over wat we denken te weten. Het herinnert ons eraan dat “feiten” fragiel kunnen zijn, en dat perspectief allesbepalend is. Het relativeert.
Toen ik aan de geneeskunde opleiding zat, leerden we dat de hersenen twaalf hersenzenuwen hebben. Niet meer, niet minder. En toch blijkt dat er nog één is: de zogenaamde nulde hersenzenuw. Ik had deze al in actie gezien.
Er was een jongedame op de middelbare school die mij, zo kan ik mij niet aan de indruk onttrekken, wel zag staan. Wanneer ik met haar sprak zag ik dat zij soms tijdens het lachen haar neus liet vleugelen, haar hoofd in haar nek legde, en de lucht opsnoof.
Zonder een te directe vergelijking te maken: dit soort gedrag is wellicht het best bekend van paarden. Zoals je vast wel eens gezien hebt, trekken zij regelmatig hun neusvleugels op. Om de nulde hersenzenuw haar werk te laten doen.
Dier-experimenten hebben een seksuele functie van de nulde hersenzenuw aangetoond. Het stuurt een eigen orgaan in het neus-tussenschot aan. In dit vomeronasale orgaantje herbergen zich gevoelige zenuwcellen die stofjes uit de lucht oppikken voor seksuele selectie.
Wat is er nog Meer in het Volle Zicht Verborgen?
Genetisch onderzoek heeft laten zien dat variaties in genen die in het moderne leven meer risico op aandoeningen met zich meebrengen, in vroegere, armzaligere tijden een overlevingsvoordeel met zich meebrachten. Een destijds cruciaal voordeel in het bestrijden van infecties in barre omgevingen, manifesteert zich in onze schonere en weldadigere maatschappij als een verhoogde kans op bijvoorbeeld dementie of auto-immuunziekte.
Deze genetische voorbeelden zijn eindeloos. Op dezelfde manier bracht wat nu een groter gevaar voor vroege sterfte door hart- en vaatziekten geeft, eerder een voordeel bij de seksuele selectie. En vrouwen met een genetische aanleg voor borstkanker bleken in tijden van weleer meer kinderen dan gemiddeld te krijgen.
Wat met deze erfelijkheid studies duidelijk wordt is dat, zoals Johan Cruyff zou zeggen, elk voordeel zijn nadeel heeft. En andersom.
Dit brengt het concept naar voren dat veel van de genetische nadelen die tegenwoordig aangewezen worden feitelijk niet meer zijn dan uitgebalanceerde natuurlijke variaties. Het mes snijdt aan 2 kanten.
Wat te Doen
Dat blijft de vraag.
Aan iedereen die vraagt wat “normaal” is waar het gaat om het menselijk lichaam, bied ik een eenvoudig antwoord:
Alles.
Als jong-volwassene liep ik voor het avondeten in de supermarkt altijd direct naar de vleesafdeling om iets uit te zoeken. Daar baseerde ik elke avondmaaltijd op. Altijd.
Tegenwoordig gaat dat iets anders. Vlees eet ik eigenlijk alleen nog uit beleefdheid, al moet ik toegeven dat het me dan erg goed smaakt. Het vleesschap laat ik tegenwoordig links liggen.
Beter voor dier en planeet, zo redeneer ik. Maar of het nou beter voor de gezondheid is?
De Gezondheidshype: Wat Wéten We Eigenlijk?
Het lijkt gemakkelijk om mee te gaan in veel van de recente nieuwsberichten, en vlees vooral in de ban te doen. Observationele studies wijzen weliswaar in de richting van (kleine) voordelen van een vooral plantaardig dieet ten opzichte van een vlees-bevattend dieet.
Maar hier zit een addertje onder het gras.
Observationele studies zijn berucht om hun fout-marges. Er zijn zoveel voorbeelden uit de medische literatuur waarbij observationele onderzoeken in richting “A” wezen, waarop de later uitgevoerde gerandomiseerde klinische experimenten “B” lieten zien. En dan is het B. Omdat observationeel onderzoek nou eenmaal geen oorzaak-verband kan laten zien. Gerandomiseerde klinische experimenten kunnen dat wel.
De veel grondigere gerandomiseerde experimenten zijn bij vlees nog niet of nauwelijks gedaan. Met andere woorden: we weten grotendeels nog niet wat vlees met ons doet.
Vlees en Ziekte: Hoe zit Dit?
Mensen noemen vaak kanker of hartziekten als argumenten om vlees te minderen. Maar eerlijk gezegd begrijpen we nog steeds niet volledig hoe (en zelfs óf) vlees deze problemen veroorzaakt.
Ja, als vlees op hoge temperaturen wordt bereid (denk aan grillen of heet bakken in de pan) kunnen schadelijke stoffen ontstaan. Dat zou een verband met darmkanker kunnen verklaren. Maar dat betekent niet dat vlees zelf de boosdoener is. Er is in meer onderzoek nodig om beter onderbouwde uitspraken te kunnen doen over de gezondheidseffecten van vlees.
Dat gezegd hebbende, is het waarschijnlijk verstandig om te voorkomen dat vlees te veel verbrandt bij hoge hitte. Het is een eenvoudige voorzorgsmaatregel die de blootstelling aan potentieel schadelijke stoffen zoals heterocyclische aminen (HCA’s) en polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK’s), die tijdens het koken op hoge temperaturen kunnen ontstaan, kan verminderen.
Bewerkt vlees en kanker
Bewerkte vleessoorten (gerookt vlees, worsten en beleg en dergelijke) worden vaak genoemd in relatie tot kanker. En het is waar dat het observationele bewijs wat betreft kanker sterker is bij bijwerkte varianten van vlees. Maar laten we eerlijk zijn: het bewijs blijft observationeel. Dat betekent dat we lang niet met zekerheid kunnen zeggen dat het vlees het probleem veroorzaakt.
De kwaliteit van het onderzoek is over het algemeen laag, en we hebben ook hier een schrijnend gebrek aan goede, grootschalige gerandomiseerde gecontroleerde onderzoeken. Totdat we betere gegevens hebben, blijft de bewering “bewerkt vlees veroorzaakt kanker” meer een slecht onderbouwde gok dan een bewezen feit.
Hartziekten en verzadigd vet
Waar het om hartziekten gaat, werd verzadigd vet in vlees ooit als de grootste boosdoener gezien. Maar recenter onderzoek heeft dit verhaal gewijzigd. Verzadigd vet is lang niet zo schadelijk als vroeger werd gedacht. Sterker nog, een recent gerandomiseerd gecontroleerd onderzoek (RCT) vond geen negatieve effecten op de hartgezondheid bij het eten van vlees vergeleken met een plantaardig dieet.
Dit suggereert dat vlees op zichzelf misschien niet het probleem is. Het is waarschijnlijker dat de algehele kwaliteit van ons dieet een grotere rol speelt. Een gevarieerd dieet dat sterk leunt op hele, minimaal bewerkte voedingsmiddelen, terwijl we de ultra-bewerkte producten beperken, is waarschijnlijk de slimste keuze. Of we nu vlees eten of niet.
En hoe zit het met Conditie?
Veel mensen gaan ervan uit dat we vlees nodig hebben voor kracht en prestaties. Het blijkt echter dat dit niet zo is.
Studies tonen aan dat vleeseters wellicht een klein voordeel hebben in kracht, terwijl plantaardige diëters wellicht een licht voordeel hebben in uithoudingsvermogen. Maar de verschillen zijn maar heel klein: in veel opzichten verwaarloosbaar. Tal van topsporters gedijen dan ook prima op een plantaardig dieet, zelfs krachtsporters.
Kortom: we hebben geen vlees nodig om fit te zijn.
En Proteïne (eiwit)?
Velen zijn in de veronderstelling dat vlees (en andere dierlijke producten zoals eieren) een noodzakelijk onderdeel van het dieet vormt voor het binnenkrijgen van genoeg eiwit.
Dit is niet het geval.
Hoewel vlees inderdaad meer eiwit bevat dan planten, verstrekt een dieet dat volledig bestaat uit plantaardig voedsel ruim voldoende eiwit, gemakkelijk voldoend aan elke norm van wat gezond beschouwd wordt.
Ook voor eiwit hoeven we niet op vlees te leunen.
Wat te Doen
Mijn mening over vlees: eet waar je je goed bij voelt.
Er is gewoon te weinig bekend om met enige zekerheid te zeggen dat een plantaardig dieet gezonder is, of dat vlees beslist schadelijk is. Maar wat minder vlees eten (bijvoorbeeld een paar vlees-vrije avondmaaltijden per week)? Dat is misschien wel haalbaar. Het is zeker beter voor de planeet, blijkt gezonder te zijn voor onszelf, zal onze fitheid niet negatief beïnvloeden, en over te weinig eiwit hoeven we ons ook geen zorgen te maken.
Qua persoonlijke gezondheid is er bij vlees geen reden om voor alles of niets te gaan. Wat betreft de gezondheid van moeder aarde is overduidelijk wat wijsheid is. Maximaal twee tot drie keer per week een portie van 100-150 gram heeft hier de voorkeur.
In plaats van te focussen op de hoeveelheid vlees lijkt het wat onze individuele gezondheid betreft belangrijker om te letten op een gevarieerd dieet met vooral hele, minimaal bewerkte of onbewerkte producten, en zo weinig mogelijk hyperbewerkt.
Geef een klein kind een witte en een bruine boterham, en de kans is 10 tegen 1 dat ie voor de witte kiest. Neem daar vervolgens het eindeloze aanbod van zacht, makkelijk te verstouwen en oh zo smakelijk, hyperbewerkt voedsel uit de supermarkt, restaurants en tankstations bij, en voila: het vezel-arme dieet is geboren.
Jager-Verzamelaars en Stralende Gebitten
Jager-verzamelaars kauwden ooit ongeveer 10 keer zoveel vezels als wij. Dat is heel wat gesmak. Wel eens afgevraagd waarom we op exotische foto’s vaak van die stralende gebitten zien? Het lijkt erop dat al dat kauwen, vooral als kind, de ontwikkeling van een blakend gebit mogelijk maakt. Met genoeg ruimte voor alle tanden en kiezen. Niks geen orthodontist. Arm qua geld betekent vaak rijk aan vezels.
Dus, Waar Vinden we Vezels?
Vezels zitten in onbewerkte, plantaardige voedingsmiddelen:
- Groenten (tweemaal zoveel vezels als fruit!)
- Fruit
- Paddenstoelen
- Bonen & linzen
- Noten
- Volkoren granen (grijze rijst, bruine pasta, en natuurlijk bruin brood)
Hier zit vaak een addertje onder het gras. Veel bruin brood blijkt bruin geverfd, en is stiekem niks anders dan witbrood met een kleurtje. Erg weinig vezels dus. Pure fopperij. Crimineel eigenlijk.
Wie verzekerd wil zijn van vezelrijk brood kiest voor “100% volkoren” en kijkt naar de ingrediëntenlijst. Als “meel” als eerste genoemd staat is het (voornamelijk) volkoren. Prijkt “bloem” bovenaan de lijst, dan is het wit brood. Helemaal geen bloem op de lijst? De beste keus!
Waar Vinden we Vezels vooral Niet:
- Hyperbewerkte voedingsproducten (ja, dat zijn er heel veel)
- Vlees
Wat Doet Vezel eigenlijk?
- Vertraagt ons eten: Vezelrijke voedingsmiddelen kosten meer tijd om te kauwen, waardoor we minder eten en ons sneller vol voelen.
- Verbetert de darmgezondheid: Wij kunnen vezels zelf niet verteren, maar onze darmbacteriën wel. Zij breken vezels af, en maken daarbij nuttige stofjes vrij. Zoals butyraat. Dit helpt ons immuunsysteem, het darmslijmvlies en zelfs de bloeddruk en cholesterol te reguleren.
- Verlaagt het risico op ziekten: Observationele studies hebben hoge vezel-inname gekoppeld aan een verminderd risico op hartaanvallen, beroertes, bepaalde vormen van kanker, diabetes. Zelfs vroegtijdig overlijden is gerelateerd aan een tekort aan vezels. Waarschijnlijk speelt afname van ontsteking (inflammatie) door de vezels een rol. Vezels worden door onze darm-bacteriën omgezet in onstekingremmende stofjes.
Wat de Wetenschap ons Vertelt
- Voedingsadvies verhoogt de vezel-inname op de korte termijn, wat de bloeddruk en het cholesterolgehalte licht verlaagt.
- Vezels helpen waarschijnlijk bij gewichtsbeheersing.
- Vezels leiden tot meer butyraat-productie, wat inflammatie (chronische ontsteking) vermindert en de darmbarrière ondersteunt.
- Een hoge vezel-inname correleert sterk met een lager risico op chronische ziekten en overlijden.
- Volkoren producten beschermen het hart, zelfs bij mensen met een gluten-overgevoeligheid.
- Glutenvrij is niet per se gezonder, tenzij je daadwerkelijk gluten-intolerant bent. Glutenvrij zorgt er wel voor dat we het beschermende effect van volkoren producten op het hart missen.
- Ons zachte, grotendeels hyperbewerkte dieet is mogelijk één van de redenen dat we tegenwoordig beugels nodig hebben. Onze kaken krijgen simpelweg niet meer genoeg training om zich volwaardig te ontwikkelen.
Wat te Doen
Om een langer en gezonder leven te leiden, richten we ons op onbewerkte, plantaardige en volkoren voedingsmiddelen. Knapperige groenten, stevige granen en peulvruchten zitten vol vezels. Zachte bolletjes, witte boterhammen en fastfood juist niet.
Vezels zijn niet zomaar een voedingsbonus. Ze zijn essentieel.