Werken. Velen haten het.
En toch doen we het massaal, dag in dag uit. Soms tot we erbij neervallen.
Van heel jongs af aan prent de maatschappij het beeld in dat een glimmende auto en een verantwoordelijke baan gelijk staan aan succes en geluk. Meer is beter. Een groter huis. Een vettere auto. Een hoger salaris. Het brein neemt het over van ons hart.
Zelf deed ik jarenlang hard mee aan de bekende rat-race. Geld, macht en status. Daar ging het me vooral om. Nee, niet erg charmant. Vermoedelijk deed ik dit om een diepgewortelde onzekerheid te beteugelen.
Mijn redenering was vrij simpel. En, zo denk ik, veel voorkomend: als ik maar genoeg inkomsten heb, dan kan ik wonen waar ik wil, doen wat ik wil. Mijn idee was dat zelfs een potentiële partner daar wel voor zou kunnen vallen. Tsja.
Er was nogal wat voor nodig om me wakker te krijgen uit deze zelfverkozen misère. Maar gelukkig kwam de omwenteling op een moment dat het weinig pijn deed.
Toen ik het vak vaarwel had gezegd, en eindelijk echt voor mezelf begon te kiezen, begreep ik nauwelijks nog waarom ik al die jaren zo gestreden had voor dat stressvolle beroep. Ik had mijn leven terug. Mijn vrijheid. Kon de balans gaan hervinden.
Hier volgt wat de wetenschap ons vertelt over dit soort afwegingen en keuzes. Het is een kritische blik op de relatie tussen werk, geld, geluk en gezondheid. Zodat niet zoveel mensen in de illusie hoeven te blijven hangen dat een flink salaris een essentiële voorwaarde is voor geluk. Onderzoek laat ons namelijk hele andere kanten van geld en werk zien.
Geld, Geluk en Gezondheid
Er is een duidelijke samenhang tussen meer inkomsten en een langere levensverwachting. Hoe rijker, hoe ouder. En die relatie houdt stand van de laagste tot de hoogste inkomensgroepen.
De vraag is wel wat de kip, en wat het ei is. Niemand kan vertellen of rijken ouder worden door of ondanks het inkomen. Of dat financieel minder bedeelden gemiddeld misschien eerder heengaan omdat ze door ongezonde levenskeuzes minder rijk neigen te worden.
Uiteraard is levensverwachting geen garantie voor geluk. Velen zullen eerder kiezen voor een gelukkig leven van gemiddelde levensduur, dan voor een extreem lang maar ongelukkig bestaan.
Nobelprijswinnaar Daniel Kahneman onderzocht de relatie tussen inkomsten en geluk. Uit zijn onderzoek kwam naar voren dat de verwachting over de gelukswinst door meer inkomsten de realiteit in de regel ernstig overtreft. Een concurrerende wetenschapper publiceerde later een gezaghebbende studie waaruit naar voren kwam dat geluk wel door blijft groeien bij inkomens tot wel een half miljoen dollar per jaar. Vervolgens besloten de Nobelprijswinnaar en de concurrent samen te werken. Uit gemeenschappelijk onderzoek, eveneens gepubliceerd in het blad PNAS, bleek dat vooral de ongelukkigste 15% niet gelukkiger werd door een inkomen dat de 75k overtreft.
Met andere woorden, wie achter meer en meer geld aanzit om gelukkiger te worden, gedraagt zich vaak een beetje als een hond die achter haar eigen staart aan zit.
Het blijkt zo te zijn dat we snel wennen aan hogere inkomstenniveaus, zonder dat de extra verdiensten ons blijvend veel gelukkiger maken. Daar komt bij dat mensen die meer verdienen vaak gespannener zijn dan minder-verdienenden. Bovendien brengen grootverdieners gemiddeld niet meer tijd door met leuke activiteiten dan mensen die minder verdienen. Allemaal argumenten om de zoektocht naar geld niet te verheerlijken als zoektocht naar geluk. Zo werkt het nu eenmaal niet.
Onderzoek wijst ons er zelfs op dat de focus op extrinsieke doelen (roem, vermogen, uiterlijk) samengaat met een afname van geluk. Terwijl focus op intrinsieke doelen (persoonlijke groei, relaties, gezondheid) gepaard gaat met méér geluk.
Vraag een jong kind wat die voor doelen heeft, en de kans is groot dat ie beroemdheid en veel bling bling als eerste noemt. Als ik vervolgens beschouw wat er van mijn jeugdidolen (vooral rock-sterren) geworden is: ze zijn bijna stuk voor stuk jong en ongelukkig gestorven. Zelfmoord, overdoses, ellende.
Een ander aspect van gehoopte gelukswinst door meer inkomsten is het niveau van inkomensgelijkheid. De inkomensgelijkheid ligt in Nederland relatief erg hoog. En in landen waar meer gelijkheid van verdiensten heerst, blijkt de gelukswinst door meer euro’s nog beperkter te zijn dan waar de salarissen veel verder uiteen lopen. Er valt hier dus relatief weinig te halen. En tegen welke prijs?
Financiële schulden blijkt een ander verhaal te zijn. Uit onderzoek komt naar voren dat het hebben van schulden zwaar op onze geestelijke en cognitieve gezondheid drukt. Bij elke afgeloste schuld gaan onze kans op angst-problemen en ons verstand er meetbaar op vooruit.
Werk-Stress: wie Controle Ervaart, heeft Minder Stress
Wie veel stress op het werk ervaart loopt een verhoogd risico op bijvoorbeeld suikerziekte en overgewicht. Dit is vrij gemakkelijk te verklaren. Stress leidt tot een slechtere nachtrust, werkt junkfood bingen in de hand, en is na het werk eerder in de verleiding om op de bank neer te ploffen dan om een rondje te gaan joggen. Hallo dichtslibbende slagaders.
Of de werkstress toe- of juist afneemt met een beter betaalde functie, hangt van veel factoren af. Op het eerste gezicht lijkt het misschien zo te zijn dat een baan met meer leiding geven en minder orders slikken leidt tot meer controle en daarmee minder stress. Aan de andere kant kunnen de toegenomen verantwoordelijkheden juist voor meer onzekerheid en spanning zorgen.
Bovendien valt ook bij de functies die een paar treden verder op de inkomensladder staan vaak tegen in hoeverre de controle echt toeneemt. Er blijkt vrijwel altijd nog wel een invloedrijkere hoger-geplaatste te zijn die veel van de gehoopte toename van controle tot een illusie doet verdwijnen.
Dit neemt niet weg dat controleverlies één van de allerbelangrijkste factoren voor werkstress en daarmee werk-gerelateerde gezondheid omhelst. Wie in belangrijke mate controleverlies ervaart doet er daarom goed aan om de gecreëerde werkomstandigheden en carrière-keuzes kritisch tegen het licht te houden. Verandering begint meestal bij de wens hiertoe. Dat komt zelden vanuit de werkgever. Eigen initiatief tot verbetering is daarom aangewezen.
Een andere manier om controle te vergroten is om te stoppen met werken voor een baas, en voor onszelf te beginnen. Een dergelijke stap blijkt vaak gepaard te gaan met een flinke toename van ervaren energie, vergelijkbaar met de energie die een directeur ervaart.
Anderzijds kent zelfstandig werk natuurlijk andere vormen van onzekerheid, vooral rondom inkomen en continuïteit. Veel van de succeskansen voor zelfstandig werken hangen hierbij af van karakter-eigenschappen en omstandigheden waar we niet altijd controle op uit kunnen oefenen. Een interessant gegeven is dat het percentage burn-outs onder zelfstandigen maar de helft is van het aantal burn-outs onder mensen in loondienst.
Bullshit Jobs
David Graeber schreef over dit fenomeen. Studies laten zien dat ongeveer een derde van alle banen feitelijk compleet onnodig en overbodig zijn. De zogenaamde bullshit jobs.
Deze schatting is gebaseerd op vragenlijsten. Op wat werknemers er zelf van vinden dus. Het is niet gebaseerd op formeel arbeidsmarkt onderzoek. Maar toch: dat zoveel mensen hun eigen baan zinloos blijken te vinden is op zich al schokkend.
Een mogelijke verklaring: managers worden vaak beoordeeld op het aantal mensen dat ze aansturen. Hoe meer medewerkers, hoe beter hun positie. Hoe meer bullshit functionarissen, hoe beter voor de manager.
Ik zag het fenomeen bullshit jobs ook terug onder medisch specialisten. Toen ik in die wereld werkte waren er ongeveer 40 kinderchirurgen in Nederland werkzaam. In de praktijk waren er zo’n 10 of 15 nodig. Meer niet. Je zou misschien denken dat dit in een zo concrete en zichtbare tak van sport niet mogelijk kan zijn. Zoveel nutteloze en dure medisch specialisten op de loonstrook. En dat terwijl ervaring en concentratie van zorg tot betere resultaten leidt.
Toch was het zo.
Persoonlijke belangen onder de uitvoerenden en managers maakten dat de meeste van deze relatief gemakkelijk weg-bezuinigbare professionals konden blijven zitten. En velen van hen hebben dus eigenlijk maar weinig te doen. Wat te doen?
De 15-urige Werkweek
Als mensen evolueerden we op een uur of 5 per dag arbeid, met verder tijd om te luieren en te lanterfanten. Acht uur per dag werken met hier bovenop anderhalf uur reistijd vormt hiermee feitelijk een onnatuurlijke situatie. Overigens behoort reistijd naar het werk tot de aller-ongelukkigste momenten op de dag. Hoe minder reistijd, hoe beter dus.
De wereldberoemde econoom Keynes berekende dat we met zo’n 15 uur arbeid per week voldoende productie zouden moeten kunnen leveren om de economie en de maatschappij draaiende te houden.
Ondanks alles werken de meesten nog steeds minstens 30 uur per week. Zou de 15-urige werkweek ooit de nieuwe standaard worden?
Voorlopig lijkt dit niet te gebeuren. Door een samenloop van economische prikkels, cultuur, politiek en consumptiedrang. Dergelijke factoren houden ons systeem met veel meer gewerkte uren intact. We zijn productiever dan ooit, maar in plaats van minder te werken, gebruiken we die efficiëntiewinst voor meer consumptie.
Toch blijft het naar mijn mening mateloos interessant dat een 15-urige werkweek economisch en sociaal een haalbaar fenomeen is. Een stip op de horizon.
Conclusies
De verleiding is vaak groot om vooral meer, beter en hoger na te streven. Een dergelijk carrière-pad vormt de maatschappelijke norm en brengt het gevaar met zich mee dat we ons verliezen in ons werk. Velen zitten gevangen in de gouden kooi van een aardig-verdienende baan. Het gewonnen geluk bij meer verdiensten blijkt in de regel echter juist erg tegen te vallen.
Zowel ons werk-gerelateerde welzijn als onze werk-gerelateerde gezondheid hangen voor een groot deel af van de ervaren stress. Die werkstress is vaak meer afhankelijk van de werkomstandigheden dan van het inkomensniveau. Werkstress komt voor op alle niveaus en kenmerkt zich vaak door verlies van controle.
Heilzame deviezen wat betreft geluk en gezondheid omhelzen daarom dat inkomen in onze werk-keuzes minder prioriteit verdient dan we aannemen. Werkstress minimaliseren is essentieel voor gezondheid en geluk, en daar zijn we zelf verantwoordelijk voor. We kunnen grotendeels onze ervaren werkstress reguleren door kritisch naar onze omstandigheden te kijken en deze waar nodig aan te passen. Niemand anders kan dat doen. Het idee dat we 36 uur per week móeten werken om rond te komen, is grotendeels een collectieve illusie.
In het Kort:
- Meer geld maakt meestal niet gelukkiger.
- Werkstress is vaak het gevolg van gebrek aan controle.
- Intrinsieke doelen verhogen welzijn, extrinsieke doelen verlagen het.
- Minder werken is evolutionair natuurlijker en mogelijk gezonder.